Stadslandbouw als communicatiemiddel

Door Ulko Stoll / 25 oktober 2017

Landbouw is niet meer exclusief voor het platteland zo lijkt het wel. De aandacht voor stadslandbouw of de Engelse benaming Urban Farming, is groot bij zowel beleidsmakers als foodies. Betekent dat dan dat de exclusiviteit van landbouw in het buitengebied verdwenen is en landbouw wordt overgenomen in een stedelijke omgeving? Inmiddels zijn er meerdere initiatieven op gebied van stadslandbouw en is er wat meer zicht over de kosten en de realiteit van deze initiatieven.
 
Landbouw binnen stadsgrenzen
In een studie van de WUR uit 2015 wordt standslandbouw als volgt gedefinieerd “het voortbrengen, verwerken en vermarkten van voedsel en daaraan gerelateerde producten en diensten, in urbane en peri-urbane gebieden, daarbij gebruikmakend van stedelijke hulpbronnen en reststoffen.” *) De definitie laat in het midden waar in de stad dit type landbouw plaats vindt. Als je ruim definieert en de randstad een stedelijke omgeving noemt, dan is het hele Westland stadslandbouw. Die definitie laten we maar even voor wat die is want het Westland is geen nieuw productiegebied. In een engere definitie gaat het over landbouw binnen stadsgrenzen. De invulling wordt veelal gegeven in lege kantoorpanden of ongebruikte stukjes grond. In dat geval liggen industrieterreinen ook binnen de stadgrenzen.
 
Emotionele motivatie
De motivatie om landbouw de stad in te halen is divers. Overigens gaat het in de bekende initiatieven vooral om tuinbouw teelten. Dat zegt vooral wat over de afstand van de stad tot het platteland. Blijkbaar is men niet in staat om het verschil te zien tussen tuinbouw en landbouw. In dit artikel praten we gemakshalve over landbouw waarmee ook tuinbouw wordt bedoeld. De motivaties zijn zowel rationeel als emotioneel. Rationele motivaties zijn de beschikbaarheid van lege kantoorpanden en het positieve effect op foodmiles. De emotionele motivaties zijn het vertrouwen in voeding wat van dichtbij komt en de zichtbaarheid en benaderbaarheid van landbouw in de achtertuin. Landbouw in de stad is ‘knuffelbaar’. Dit sluit aan bij de local for local trend. Daarnaast maken de technische ontwikkelingen mogelijk dat op plekken die niet optimaal zijn voor productie van planten toch een goede productie kan worden gerealiseerd. De inzichten in het telen uit de grond telen zijn afgelopen jaren enorm toegenomen. Ook de mogelijkheid om met zuinige LED lampen de groei te sturen zijn veel groter dan bijvoorbeeld 10 jaar gelden. De motivatie van stadslandbouw komt ook voort uit het koppelen van een aantal in de stad beschikbare maatschappelijke factoren.
 
Potentie
Het neemt niet weg dat productie op locaties die suboptimaal zijn leiden tot hogere kosten. Kantoorgebouwen zijn niet ingericht om maximaal licht toe te laten. Ook watertoevoer in kantoren is niet gebaseerd op verdamping van planten. En daar komt bij dat ondanks de leegstand een m2 kantoorruimte nog steeds duurder is dan een m2 landbouwgrond of een m2 kas in het buitengebied. En daarbij is het volume dat potentieel mogelijk is in kantoorgebouwen beperkt. In Nederland staat volgens het CBS 3.534 ha sla in diverse soorten. Dat is een oppervlakte van 7.000 voetbalvelden. Een ruim kantoorgebouw van 5.000 m2 (50*100 m, een voetbalveld) is 0,014% van het productie areaal in Nederland. Met een meer lagen teelt en intensieve belichting door LED lampen kan de productie van die 5.000 m2 per oppervlakte hoger zijn maar dat wordt nooit 10.000 keer zo hoog.
 
Kas op het dak
Dat neemt niet weg dat de initiatieven die er zijn inmiddels wel een positie hebben ingenomen. Urban Farmers in Den Haag, Uit je eigen stad in Rotterdam, Food Village in Amsterdam en De Eetbare Stad in Groningen zijn initiatieven die wel degelijk een bepaalde positie en dus bestaansrecht hebben. Daarnaast zien we dat zeker de groter gemeenten investeren in het opzetten van platforms waar de kennis verzameld en gedeeld wordt ter stimulering van initiatieven. Tijdens de maart bijeenkomst van AGF Trendcafe werd Urban Farmers in Den Haag bezocht. Een kas bovenop een leeg staand kantoor waarbij niet alleen groente wordt geteeld maar in recyclebassins voor water ook Tilapia vissen wordt gekweekt. Een ontwikkeling die aquaponics wordt genoemd. Tijdens diezelfde bijeenkomst maakte vertegenwoordigers van Ikea duidelijk dat er komend najaar op het dak van Ikea in Delft een kas wordt geplaatst waar de groente voor het personeelsrestaurant gaat worden geteeld. Ook ABN Amro in Amsterdam breidt uit met een duurzaam kantoorpand aan de Zuid-as met op het dak een kas voor de productie t.b.v. het eigen restaurant.
 
Volgende stap
Of standslandbouw een kans of een bedreiging is, is niet eens zo’n heel belangrijke vraag. De benodigde volume voor voeding kan niet worden geproduceerd in de beperkte ruimte van een stad. Buiten dat het platteland dan overbodig zou worden met allerlei maatschappelijke onrust tot gevolg. Het neemt niet weg dat gezien de initiatieven van Ikea en ABN Amro er blijkbaar wel een volgende stap wordt gezet. En ondanks dat binnen een straal van 1 kilometer rond Ikea Delft meer groente te verkrijgen is dan Ikea op kan en kan verkopen, wordt toch gekozen voor eigen productie. Het belang van zicht op eigen productie en de emotie van local for local is zo sterk dat er geïnvesteerd wordt in schijnbaar onrendabele teeltmethoden.
 
Geconstateerd mag worden dat stadslandbouw laat zien dat de consument aandacht en interesse heeft voor productie van groente dicht bij huis. Dat is een gegeven waar slim van geprofiteerd kan worden. Iedereen in de AGF keten kan mee liften op de aandacht die standslandbouw krijgt van zowel de politiek als de burger. Dat schept vooral een mogelijkheid om een boodschap over te brengen. Stadslandbouw is daarmee vooral een communicatiemiddel om de groenteproductie te laten zien. Zoals het er nu voor staat kan stadslandbouw de productie van het platteland niet overnemen. De ondernemers die boven in de markt ruimte kunnen ontwikkelen om de producten van stadslandbouw aan de man te brengen, kunnen hier wellicht ook een boterham aan verdienen.